Historiek


De Nationale Loterij is geboren in de nasleep van de economische crisis van eind jaren twintig van vorige eeuw. De regering Charles de Broqueville hoopte het begrotingsdeficit van Belgisch Congo te kunnen wegwerken met een loterij. Op 29 mei 1934 werd de minister van Koloniën door een wet en een koninklijk besluit gemachtigd tot de organisatie van een Koloniale Loterij.

Dat de regering een oplossing zocht in een loterij was niet uitzonderlijk. Door de wet van 31 december 1851 werd het mogelijk loterijen te organiseren indien ze voor liefdadige doeleinden, culturele projecten of voor doeleinden van openbaar nut werden ingericht, op voorwaarde dat de lokale, regionale of nationale besturen instemden. De taak van de openbare loterij bestond erin om de spelbehoefte van de mens te kanaliseren en de winsten terug te laten vloeien naar de maatschappij.

De eerste trekking van de Koloniale Loterij had plaats in het Koninklijk Circus op 18 oktober 1934.

 

 

De prijs van een biljet bedroeg 100 frank. Omgezet in muntwaarde van vandaag vertegenwoordigde dat zo’n enorm bedrag dat de twee miljoen exemplaren onmogelijk allemaal konden verkocht worden. Bij de tweede trekking werd het aantal biljetten en de prijs van een biljet gehalveerd. Vijfden van biljetten zorgden ervoor dat de deelname voor iedereen bereikbaar werd. Dankzij de snelle analyses en adequate replieken kon de Koloniale Loterij rekenen op het vertrouwen van een steeds groeiend publiek.

De nettowinstbesteding ging via de Koloniale Schatkist naar het Fonds voor Inlands Welzijn van Congo. De opbrengst van een extra frank op de verkoop van de deelbiljetten betekende een substantiële injectie van werkingsmiddelen voor een aantal sociale en filantropische verenigingen (zoals het Nationaal Werk der Oorlogsinvaliden, het Nationaal werk voor oudstrijders en oorlogsslachtoffers, het Nationaal Werk der Blinden, het Nationaal werk voor kinderwelzijn, het Rode Kruis, enz.).


Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de activiteiten van de Koloniale Loterij opgeschort Het bestuur zorgde voor continuïteit via de Loterij Winterhulp. Van januari 1941 tot september 1944 gingen de opbrengsten van deze loterij naar behoeftige slachtoffers van de oorlog.

 



De werkzaamheden van de Koloniale Loterij werden na de oorlog opnieuw hervat.

Door het Koninklijk Besluit van 27 december 1945 werd het winstverdelingsplan voor het eerst gewijzigd.

 

 

De toewijzing van de premie op de deelbiljetten werd procentueel vastgelegd; een aantal verenigingen viel weg, enkele nieuwe werden toegevoegd zoals het Fonds ‘Koningin Elisabeth’ voor medische bijstand aan inboorlingen en het Maatschappelijk Fonds van Kivu. Bij Koninklijk Besluit van 3 mei 1947 werd hieraan ook nog de stichting Pater Damiaan toegevoegd. Er gingen geleidelijk stemmen op om de aangroeiende winsten niet langer uitsluitend te reserveren voor de kolonie maar ook een deel ervan te bestemmen in eigen land.

Met het oog op de organisatie van de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958 bepaalde de wet van 27 juli 1953 dat gedurende 18 jaar 40.000.000 BEF van de jaarlijkse winst naar deze organisatie zou gaan en de rest zou gestort worden aan het Fonds voor Inlands Welzijn. In diezelfde wet bepaalde men ook dat de helft van de winst van een speciale schijf van Pasen zou toegekend worden aan het Nationaal Rampenfonds van het Rode Kruis van België ten voordele van de getroffenen van de springvloed van 1 februari 1953.

Bij de onafhankelijkheid van Congo op 30 juni 1960 veranderde een Koninklijk Besluit de naam van de Koloniale Loterij in ‘Afrikaanse Loterij’. Aangezien dit niet aansloeg bij de bevolking werd door het Koninklijk Besluit van 10 december 1962 de ‘Nationale Loterij’ in het leven geroepen en tegelijk werd zij ondergebracht bij het Ministerie van Financiën.


Op 6 juli 1964 werd er een speciale wet betreffende de Nationale Loterij aangenomen met de bedoeling de continuïteit van de Nationale Loterij te verzekeren door uitdrukkelijke en permanente bepalingen. De Nationale Loterij werd georganiseerd als dienst van het Ministerie van Financiën met afzonderlijk beheer maar zonder eigen rechtspersoonlijkheid. Ze stond onder het gezag van de Minister van Financiën en werd beheerd door een beheerscomité dat bestond uit acht hoge ambtenaren afkomstig van verschillende ministeries. Het dagelijks beheer was toevertrouwd aan een ambtenaar van het Ministerie van Financiën die de graad van directeur-generaal voerde. Voortaan moesten de nettowinsten aangewend worden voor de financiering van projecten ten bate van de plattelandsbevolking in de ontwikkelingslanden terwijl een ander deel bestemd was voor doelstellingen van openbaar nut waarover de ministerraad zich diende te beraden.

Dat juridisch instrumentarium moest de Nationale Loterij in staat stellen een beleid te voeren dat soepel op internationale uitdagingen zou kunnen inspelen.

De zware overstromingen van 1976 in Ruisbroek gaven niet enkel aanleiding tot een helpende geldstroom naar de getroffenen via het Rampenfonds, maar eveneens tot ingrijpende veranderingen binnen de Nationale Loterij. De wet van 12 juli 1976 wijzigde die van 6 juli 1964 en breidde de activiteiten van de Nationale Loterij uit om bij internationale trends te kunnen aansluiten. Inderdaad kreeg de Minister van Financiën de bevoegdheid om nu ook een loterij met nummers te organiseren naast de reeds bestaande loterij met biljetten. Dit leidde tot de lancering van de Lotto en de Toto. Dezelfde wet stipuleerde nogmaals dat de nettowinst niet uitsluitend aangewend moest worden voor ontwikkelingshulp maar dat een deel ervan zou aangewend worden voor doeleinden van openbaar nut. Elk jaar zou een speciale uitgifte van de loterij met biljetten worden georganiseerd ten voordele van het Nationaal Rampenfonds.

Op 4 februari 1978 vond de eerste Lottotrekking plaats.

 

 

Na een bescheiden start met een inzet van 18.563.260 BEF wordt nauwelijks één maand later 80 miljoen frank ingezet. Na twee jaar ziet de Nationale Loterij haar winst verdubbelen. Het jaar 1978 is dan ook een mijlpaal in de geschiedenis van de Nationale Loterij. Het middelgroot bedrijf groeit uit tot een imposant grootbedrijf. Het aantal personeelsleden verviervoudigt, de Nationale Loterij neemt haar intrek in een torengebouw, voorheen het Westbury hotel, vlakbij het Centraal station. Tot 1974 hielden zich slechts twee verdelers met de biljettenbevoorrading bezig, in 1981 ondertekenen 70 concessionarissen een overeenkomst met de Nationale Loterij.
In het kielzog van de razend populaire Lotto worden snel daarna andere ideeën uitgetest. Er komt een voetbalpronostiek, de Toto, er wordt een nieuw type van loterij met biljetten op de markt gebracht, namelijk ‘Sweepstake’ waarbij de loten worden toegewezen op basis van de uitslagen van een paardenwedren en van een trekking. Deze formules kennen echter weinig succes. Sinds de Lotto was de interesse van het publiek voor de klassieke loterij met biljetten gedaald. Een poging om deze loterij aantrekkelijker te maken, eerst door een Duo-strookje met een instant-loterij aan het biljet te hechten en later met de invoering van het Baraka-biljet, levert niet het gewenste resultaat op. De instant loterijen Presto (1983) en Subito (1987) daarentegen kennen een enorme bijval.

Naarmate de omzet van de Nationale Loterij steeg, werd de verdeling van de winsten aantrekkelijker en werden parlementaire vragen gesteld aan de Minister van Financiën, onder andere over de concrete inhoud van het begrip ‘doeleinden van openbaar nut’. Enkele Koninklijke Besluiten zouden hierop een antwoord geven. Het Koninklijk Besluit van 27 december 1979 bevatte een opsomming van type-instellingen die onder één of andere vorm voor subsidiëring in aanmerking konden komen, zoals instellingen voor minderjarige of volwassen mindervaliden, beschermde werkplaatsen, scholen voor buitengewoon onderwijs, rustoorden voor bejaarden,enz. Het Koninklijk Besluit van 23 augustus 1982 ging dieper in op de term doelstelling van openbaar nut en verruimde die tot volgende categorieën: sport, kunst en cultuur, natuur en milieubescherming, wetenschappelijk onderzoek, manifestaties waarvan de uitstraling ten goede komt aan het nationale prestige of aan het sociaal, economisch of cultureel leven. Veel later zal het Koninklijk Besluit van 24 januari 1991 de definitie nog verder uitbreiden en alle activiteiten in brede zin in het sociale, familiale, menslievende, vaderlandslievende of wetenschappelijke domein van Belgische rechtspersonen zonder winstoogmerk eveneens als doelstellingen van openbaar nut opnemen. In antwoord op een manifest van de Nobelprijswinnaars richtte de regering een ‘Overlevingsfonds Derde Wereld’ op bij wet van 3 oktober 1983 dat door de Nationale Loterij zou gespijsd worden. Vanaf 1984 werd de verdeling van de nettowinsten procentueel per sector vastgelegd: 35% voor ontwikkelingssamenwerking, 25% voor het Overlevingsfonds Derde Wereld en de ‘doeleinden van openbaar nut’ en 40% ging naar andere bestemmingen zoals het Solidariteitsfonds België, het Rode Kruis van België, de Stichting voor het Europees onderzoek voor kankerbestrijding en de Koninklijke Muntschouwburg.

Naast de rechtstreekse subsidies ontvingen heel wat verenigingen vanaf 1980 een bijkomende steun onder de vorm van sponsoring. In principe komen alle sporttakken en alle culturele manifestaties in aanmerking, in de praktijk bleven vooral de intrinsieke waarde van het evenement, de budgettaire mogelijkheden en de publicitaire impact primeren. Kwalitatief hoogstaande manifestaties die zich richten tot een breed publiek komen vlotter in aanmerking dan meer elitaire. Het vlaggenschip van de sportsponsoring vormde de Lotto-wielerploeg, opgericht in 1984.

In toepassing van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten, wordt 27,44% van het subsidiebudget van de Nationale Loterij toegewezen aan de drie Gemeenschappen van ons land (Duitstalige, Franse en Vlaamse).Zij kunnen eigenmachtig beslissen over de toewijzing ervan binnen de sectoren sport, cultuur, wetenschappen, toerisme, buitengewoon onderwijs, gehandicaptenzorg, leefmilieu, enz.

Was 1978 het jaar van de ‘Lotto’, een uiterst belangrijk scharniermoment in de ontwikkeling van de winst, dan is 1991 vooral organisatorisch van grote betekenis. In het kader van de regeringspolitiek die de autonomie en de verantwoordelijkheidszin van de openbare diensten met commercieel karakter wil versterken, wordt de Nationale Loterij met ingang van 1 september 1991 omgevormd tot een autonome instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid, onder het toezicht van de Minister van Financiën. De Nationale Loterij hoeft zich niet langer te beperken tot het organiseren van openbare loterijen volgens handelsmethoden maar zij heeft eveneens het recht haar installaties en haar knowhow rendabel te maken, overeenkomsten te sluiten met loterijen van buitenlandse overheden of met andere personen, hetzij om gezamenlijke verrichtingen te doen, hetzij om hun respectieve producten op de markt te brengen.

De bestemming van de winst blijft grotendeels behouden behalve voor wat de subsidiëring van de Nationale Kas voor Rampenschade betreft. Hiervoor komt een jaarlijkse dotatie in de plaats van de fluctuerende subsidie die een speciale tranche van de loterij met biljetten opbracht. Ook de Koning Boudewijnstichting krijgt een jaarlijkse dotatie. De subsidiëring gebeurt voortaan volgens een verdelingsplan dat jaarlijks bij een in Ministerraad overlegd Koninklijk Besluit op voorstel van de Minister van Financiën vastgelegd wordt. Deze verdelingsplannen houden zich aan de grote doeleinden van openbaar nut zoals die gespecificeerd worden door het Koninklijk Besluit van 20 februari 1992. De herstructurering van 1991 drong zich op. Gelijklopend met de groei van de jaarlijkse omzet, de winst en de uitbreiding van het personeelsbestand had de organisatie en de uitrusting van de administratieve diensten fundamentele veranderingen ondergaan en had behoefte aan soepelheid. De Nationale Loterij pakte, met de in 1991 opgerichte afdeling ‘Producten en opzoekingen’ aan een verhoogd ritme met allerlei innovaties uit. Krasspelen als Domino, 21, Tele-Kwinto, gekoppeld aan een televisiespel, Scrratch en Trix werden op de markt gebracht. In 1992 werd gestart met de automatisering van het Lotto/Joker-verkoopnet. Vanaf april 1993 zijn de 4.200 verkooppunten uitgerust met een online-terminal. Deze terminals zijn via het telecommunicatie-netwerk verbonden met de centrale computer van de Nationale Loterij en brengen de deelnemingsgegevens rechtstreeks over. Hierdoor kunnen de deelnemers spelen tot kort voor de trekking.

De invoering van de tweede wekelijkse trekking van de Lotto en de Joker op 6 oktober 1993 wordt een succes. De dagelijkse Keno-trekking (1995) tracht tegemoet te komen aan de wensen van een ander type speler.

In september 1996 wordt het reglement van de Lotto aangepast omwille van de invoering van een ‘Speelpotfonds’. Het geld van dit fonds is afkomstig van de inhouding van 3% op de inzet van elke Lottotrekking.

Op 3 oktober 1998 wordt de prijs van de Lotto aangepast. Eén rooster kost dan 20 BEF i.p.v.10 BEF. Dit is de eerste prijsaanpassing sinds de start van de Lotto op 4 februari 1978. Deze prijsverhoging stemt overeen met de evolutie van de inflatie. De prijs van een brood is in die tijdspanne bijna verdubbeld; voor een brood van 1 kg moest men maar 30 BEF neertellen, in 1998 was dat 57 BEF, een dagblad kostte in 1978 10 BEF en een postzegel voor een gewone brief 8 BEF. Tegelijkertijd worden de uitgekeerde bedragen aan de spelers verhoogd.

De internationale contacten met andere staatsloterijen breiden alsmaar uit. Ze krijgen een bijkomende impuls door de structuurwijziging van september 1991. Bij de universele trekking te Sevilla op 9 mei 1992 zijn reeds 14 landen van alle continenten, behalve Australië, vertegenwoordigd. De traditie van de trekking van een Europese loterij, gestart in 1988 in Madrid wordt voortgezet.

Regelmatig wordt het aanbod van krasbiljetten bijgestuurd om tegemoet te komen aan de wensen en verwachtingen van het publiek. Met Bingovision lanceert de Nationale Loterij in 1997 opnieuw een televisiespel. Magico en Eldorado worden gecreëerd in 1997, Picto, Subit’Euro en Win For Life in 1998.

 

 

Dit laatste krasbiljet waarbij een maandelijks bedrag van 1.000 euro wordt toegekend aan de winnaar voor de rest van zijn leven kent een groot succes. In 1997 ontwikkelde de Nationale Loterij een eigen site op het internet waardoor een rechtstreekse communicatie met de spelers vanaf 1998 mogelijk werd. In hetzelfde jaar verhuisde de Nationale Loterij naar de Belliardstraat. Het verkoopnet onderging in 1999 een belangrijke wijziging. Tot dan toe vormden een 70-tal depositarissen de verbinding tussen de Nationale Loterij en haar verkoopnet. Nu werd deze taak overgenomen door negen regionale kantoren, bemand door eigen personeelsleden. Deze 9 kantoren ( 4 in Vlaanderen, 4 in Wallonië en 1 in Brussel) bedienen alle verkooppunten van het land. Gelijktijdig daarmee werd het informaticamateriaal van het online beheer vervangen en werd ook de beheersinformatica gewijzigd (15 informatica servers, een netwerk van meer dan 7000 on-line verkooppunten, opslagcapaciteit van meer dan 1.000 miljard karakters, 240.000.000 transacties jaarlijks te verwerken door het online systeem, meer dan 220.000.000 te verwerken loterijbiljetten, pieken van soms meer dan 12.500 transacties per minuut).

De reeks krasbiljetten wordt in de periode 1999-2000 verder aangevuld met Bingo Express en Kosovo waarvan de opbrengst integraal naar hulpverlening in het oorlogsgebied gaat. Volgen nog Astro, Cybero en Loxo. Vanaf 2001 wordt een nieuwe formule van seizoensgebonden krasbiljetten door het publiek warm onthaald: Halloween, Valentine, Pascal en Cyclo.

Op het vlak van loterijen met nummers ontwikkelde de Nationale Loterij in 2001 een abonnementensysteem waarbij de speler kan deelnemen aan Lotto/Joker-trekkingen zonder zich te moeten verplaatsen. Na Win for Life wordt Cabrio het populairste nieuwe krasspel. Vanaf mei 2002 is het mogelijk met het krasspel een wagen te winnen. Na de zomer wordt Cabrio vervangen door Corso. Met dit spel kan niet alleen geld maar ook een reis gewonnen worden.

De uitbreiding van het productengamma is één van de voornaamste redenen voor de groei van de jaaromzet in de periode 1991-2001. De jaarlijkse verhoging van 5% van haar omzetcijfer die de Nationale Loterij volgens het bedrijfsplan geldend voor de jaren 1995 tot 2001 verplicht was te behalen, werd evenwel niet altijd bereikt. Na het succesjaar 1999 tekende zich een stagnatie en zelfs een terugloop van het zakencijfer af.

In 2002 vindt een ingrijpende verandering plaats, de regering beslist om de Nationale Loterij om te vormen tot een naamloze vennootschap van publiek recht. De wet van 19 april 2002 stelt haar in staat op een dynamische manier te reageren op een snel evoluerende samenleving. De Nationale Loterij wordt nu bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit 14 leden waaronder de gedelegeerd bestuurder. Op 13 februari 2003 volgt de aanstelling van een geheel nieuw directiecomité. Dit is samengesteld uit ervaringsdeskundigen die, vaak in privé-bedrijven, hun sporen hebben verdiend. De eerste opdracht bestaat er in het bedrijf grondig te herstructureren en het klaar te stomen voor haar nieuw statuut als nv. In vergelijking met andere nv’s blijft de staat de enige aandeelhouder waardoor het bedrijf haar sociale rol, die haar bestaansrecht is, kan blijven waarmaken. De betrekkingen tussen de aandeelhouder (de Staat) en de Nationale Loterij worden geregeld door een vijfjarig beheerscontract. Hierin wordt bepaald dat de Nationale Loterij moet optreden als een sociaal verantwoordelijke, professionele aanbieder van speelplezier. Zij moet doelgericht het spelgedrag in België kanaliseren en speelplezier verschaffen aan een brede groep mensen door het aanbieden van recreatieve spelen. Zij moet het risico op gokverslaving vermijden en bijdragen tot de preventie en behandeling van gokverslaving en de bescherming van minderjarigen. Het beheerscontract legt ook de regels vast voor de berekening en de betaling van de monopolierente, de bijzondere bijdragen en het percentage van de winst dat jaarlijks wordt bestemd voor de financiering van programma’s voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden, voor doeleinden van openbaar nut en andere goede doelen. Het maatschappelijke doel van de Nationale Loterij blijft dus ongewijzigd maar het nieuwe statuut geeft het bedrijf een grotere bewegingsvrijheid waardoor het bijvoorbeeld Europese samenwerkingsverbanden kan aangaan. In de nieuwe Europese realiteit is deze vorm van samenwerking onontbeerlijk geworden door de moeilijke positie van het monopolie op de organisatie van loterijen enerzijds en door de grote opportuniteiten die verscholen liggen in samenwerkingsverbanden met andere Europese loterijen anderzijds. Een concrete realisatie op dat gebied betreft Euro Millions dat vanaf oktober 2004 voor nieuwe activiteiten en grote inkomsten zorgt. Intern wordt er overgegaan tot een veel intensievere communicatie en strakkere samenwerking tussen raad van bestuur en directiecomité. De hiërarchische voorrang van de gedelegeerd bestuurder binnen de Nationale Loterij wordt voortaan sterker beklemtoond. Een nieuw bedrijfsorganigram wordt opgesteld en bevoegdheden per departement worden schriftelijk vastgelegd. Er wordt gestreefd naar een gezond evenwicht tussen de ervaring en degelijkheid die in het huis aanwezig is en de verfrissende bedrijfscultuur van nieuwe krachten die worden gerekruteerd in de privé-sector.

Het dynamiseringsproces heeft een grote impact op het verkoopproces. Zeer veel aandacht gaat naar de uitbouw en optimalisering van het verkoopnet. Een ontwikkelingsteam wordt belast met de studie en de realisatie van een nieuwe commerciële aanpak. Naast het driemaandelijks magazine LO Contact van de Nationale Loterij naar het verkoopkanaal verschijnt voortaan ook een meer frequente kort-op-de-bal-spelende nieuwsbrief LO News, komt er een snelle communicatie via digitale weg en wordt er een netwerk van 24 commerciële afgevaardigden op poten gezet. Een totaalpakket aan relationship marketing creëert een win-win-situatie voor beide partijen waarbij de verkoopmotivatie en dus ook de verkoopresultaten naar een hoger niveau worden getild. Om de klantenservice nog te verbeteren worden in 2003 nieuwe Altura terminals in 5400 verkooppunten geïnstalleerd. Een informatiescherm voor de speler en een touch screen voor de verkoper zorgen voor een grotere doeltreffendheid.

De inspanningen om steeds met nieuwe producten uit te pakken die beantwoorden aan de vraag van diverse consumentengroepen, worden voortaan door het nieuwe departement ‘Strategy & Business development’ verder geïntensifieerd. Uitgebreide marktonderzoeken dienen productvernieuwing te funderen waarna nieuwe producten op smaak en behoefte van de consument op de markt gebracht worden.

Bij de online spelen ziet de Pick-3 het levenslicht. Kenmerkend voor dit broertje van de Lotto, de Joker en de Keno is dat het een grotere kans biedt op een ietwat kleiner bedrag. In 2003 wordt binnen de categorie van de krasloten de tendens van line extension verdergezet met de lancering van de vernieuwde Cabrio en Loxo-biljetten, gevolgd door het Lucky-Six-biljet. In de tweede jaarhelft zorgt de lancering van maar liefst vijf nieuwe krasproducten (Cleopatra, Casino, Halloween, kraswenskaarten en 2004 for Life) voor een meerverkoop van 14% in vergelijking met dezelfde periode het vorige jaar. Dit succes kent dan ook een logisch vervolg in 2004 met de nieuwe krasbiljetten Fun for Life, Kop & Munt, Shoot Goal en Shoot Smash.

Opvallende inspanningen worden geleverd bij de 25ste verjaardag van de Lotto in 2003, Met een speciaal Lotto-formulier kan, bij inzet van minimum 5 euro, onmiddellijk 1.000 of 10.000 euro worden gewonnen en later op het jaar zelfs 1.000.000 euro. De omzetstijging van de jarige Lotto van 6,6% tegenover 2002 is vooral te wijten aan een betere planning van de speelpotten. In 2003 werden 15 speelpotten georganiseerd voor een totaalbedrag van 39.000.000 euro. De grote imagocampagne van Lotto in 2004 komt tegemoet aan het droommoment dat eenieder die net met de Lotto heeft gespeeld (her)kent : ‘nu ikke’.

Voor 70 jaar Nationale Loterij wordt een feestprogramma opgesteld met een speciale Lotto-trekking van 7.000.000 euro, de grootste speelpot ooit in België, een speciaal krasbiljet Subito 70, een tentoonstelling ‘In de ban van het spel. 70 jaar Nationale Loterij’, de heruitgave van het boek ‘Loterijen in Europa.Vijf eeuwen geschiedenis’, een academische zitting en een groots opgezet feest.

Vanaf zomer 2006 worden de klassieke zomerspeelpotten van Lotto/Joker vervangen door een permanente speelpot waarbij ieder zaterdag en woensdag de speelpot toeneemt met 250.000 euro en dit gedurende 20 weken. De lancering van nieuwe krasbiljetten is er enerzijds op gericht om bestaande spelen te verbeteren en variatie aan te brengen (Casino Prestige, Subito XL, Presto XL,…) en anderzijds om tegemoet te komen aan de wensen van de ‘fun-zoekers’, spelers die altijd op zoek zijn naar iets nieuws (Passport, Sesamo,King of Cash,…). Sommige krasspelen zijn verbonden aan de sportwereld zoals het krasbiljet uitgegeven ter gelegenheid van 100 jaar BOIC, Podium (F1, wielrennen, paardenrennen) en Goal. Andere krasbiljetten spelen in op trends (Star Wars en Pink Panther die gelijktijdig met de film op de markt worden gebracht) of populaire spelen (Pacman, Monopoly).

Om tegemoet te komen aan een aantal taken door de overheid opgelegd, besteedt de Nationale Loterij speciale aandacht aan de preventie van gokverslaving en bescherming van minderjarigen. Niet alleen wordt bij de creatie van nieuwe producten rekening gehouden met de specifieke parameters die spelverslaving helpen voorkomen, de Nationale Loterij ontwikkelde in 2006 ook een intensieve campagne over ‘Verantwoord Spelen’.

Ondanks de herstructurering naar een hedendaagse commerciële organisatie blijft de sociale bezorgdheid die nauw verbonden is met haar historische basis steeds prominent binnen de Nationale Loterij aanwezig. Toch betekent 2002 een stijlbreuk op het gebied van de subsidies: voortaan vraagt de Nationale Loterij ruchtbaarheid te geven aan het bestaan en de uitvoering van deze subsidiëringen door aan de begunstigden te vragen om in hun omgeving kenbaar te maken dat hun project een financieel duwtje in de rug krijgt van de Nationale Loterij. Dit zet zij nog eens extra in de verf met de institutionele campagnes ‘U speelt, u helpt’ en ‘De Nationale Loterij creëert kansen’.

De subsidiefilosofie, de subsidieverdeling en hoe men een subsidie kan aanvragen wordt sinds 2004 gebundeld in een subsidiecharter.


Voor de Nationale Loterij is het humanitaire engagement nog steeds een prioriteit. Ze subsidieert nog steeds het Directie-Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking en het Belgische Overlevingsfonds. Ze past zich voortdurend aan aan de onophoudelijk groeiende noodtoestanden in een wereld waarin de behoeften zich verder uitbreiden . Ze wil kansen creëren en legt hiervoor sinds 2006 nieuwe accenten: ze helpt financieel beginnende organisaties bij het opstarten van hun projecten. Ze wil mogelijkheden aanbieden aan jongeren om hun talenten verder te ontwikkelen op cultureel, sportief en wetenschappelijk vlak. Ze ondersteunt beloftevolle verenigingen of organisaties die moeilijkheden hebben om hun projecten te realiseren. Ze zorgt ervoor dat minderbedeelde burgers kunnen deelnemen aan sportieve of culturele evenementen.

 
Zoeken